• Dorpsvernieuwingsprijs 2019 voor Esbeek

    Dorpsvernieuwingsprijs 2019 voor Esbeek

    "Het meest vernieuwende dorp van Nederland!"

    Meer

  • Ondernemersplatform 'Made in Esbeek'

    Ondernemersplatform 'Made in Esbeek'

    "De kracht van ondernemend Esbeek"

    Meer

  • Andreas Schotel Wandelroute

    Andreas Schotel Wandelroute

    "Beleef de harmonie tussen kunst en natuur"

    Meer

Subcategorieën van deze categorie:

Dorpsnieuws, Coöperatie nieuws, Rubrieken

Column Sandra van Liere

Column Sandra van Liere

Balen!

Dinsdagochtend liep ik niets vermoedend naar mijn auto die altijd braaf op mij staat te wachten bij bierbrouwerij De Roos. Terwijl ik nog een beetje aan het mijmeren was of ik toch echt wel alles bij me had, viel mijn oog op mijn autoruit. Of eigenlijk op het ontbreken daarvan. Jawel, mijn autoruit was ingetikt en mijn radio, wat cd’s en aansteker waren meegenomen. Nou ben ik tegen wil en dank een behoorlijke ervaringsdeskundige op dit gebied, ik geloof dat de teller nu op 6 staat, maar nog nooit was me dit in Hilvarenbeek overkomen.

Toen ik nog in Den Bosch woonde was ik er inmiddels aan gewend geraakt dat iedere keer als ik naar mijn auto liep me even de angst bekroop dat ik mijn auto opengebroken zou aantreffen. In de twee jaar dat ik daar met auto woonde, bleek die angst vijf maal niet ongegrond. Ik weet nog goed hoe overstuur ik de eerste keer was. Het idee dat er iemand in mijn auto had gezeten en alles op zijn kop had gezet op zoek naar het frontje van m’n radio, vond ik echt vreselijk (Gelukkig was ik toen nog zo wijs om het frontje van mijn radio te halen en dit mee naar huis te nemen). De keren die volgden werd het gevoel van walging en boosheid langzaam minder en liet ik het gelaten over me heen komen. Ik heb nog een tijdje een briefje in mijn auto gehangen met de tekst “Doe geen moeite, ik heb de radio meegenomen”, maar ook dat mocht niet baten. Ik wist dat het bij de risico’s hoorde van in het centrum van de Brabantse hoofdstad wonen en dus liet ik iedere keer mijn auto maken door een handige vader van school, Carglass of de garage.

Toen ik drie jaar geleden mijn appartement in Den Bosch verruilde voor mijn huidige woning aan de Vrijthof, bleef ik aanvankelijk mijn frontje mee naar huis nemen. Maar na verloop van tijd ebde dat gevoel van onveiligheid langzaam weg en verplaatste het frontje zich van mijn tas naar het dashboardkastje en niet veel later deed ik helemaal geen moeite meer om dieven op het verkeerde been te zetten. En dat ging lange tijd goed, tot afgelopen weekend dus.

Hier volgt een kleine greep uit de reacties die volgden:
Mijn eerste reactie was dit keer: ”Aaah, nee hè! Hoe kom ik nu op school?” De kinderen uit mijn klas begonnen spontaan de jingle van Carglass (Carglass repareert, Carglass vervangt) te zingen toen ze het nieuws hoorden. “Is er nog markt voor autoradio’s dan?” vroegen vrienden zich af. En een collega merkte fijntjes op dat de dieven me, na jaren zoeken, weer gevonden hadden in Hilvarenbeek.

Maar goed, ik blijf achter met een hoop gedoe en geregel, stukjes autoruit die nog lang boven blijven komen en de vraag waarom ze de cd van Duffy wél hebben laten liggen!

Sandra van Liere.

Lees meer
  693 Hits
  0 reacties

Column Chris Way

Column Chris Way

Daar sta je dan, krijg je de vraag van Astrid of je een column wilt schrijven.

Op dat moment stond daar mijn hoofd helemaal niet naar, omdat ik heel verdrietig was na het kort daarvoor overlijden van mijn liefste zwager. Gelukkig mocht ik wat later gaan schrijven.
Inmiddels zit ik al weer aardig in het ritme van de dagelijkse bezigheden zoals de organisatie van de maaltijden, deze hebben overigens de hele maand juni stil gelegen. We hoorden van de deelnemers dat zij dit erg betreurden. Maar in juli en augustus waren we er weer om de 14 dagen en in september gaan we weer iedere week een maaltijd bereiden.
Het bedenken van het menu, de boodschappen die gehaald moeten worden; dat alles vergt veel tijd van je.
Terwijl ik dit schrijf staat de vakantieweek van het Rode Kruis ook nog voor de deur en daar moeten ook nog wel wat puntjes op de i gezet worden voordat we weg kunnen gaan.
Lekker druk, maar dat houdt je van de straat zeggen we dan.


Het is heel gelukkig dat ik al dit vrijwilligerswerk mag doen en dat de gezondheid dit ook toelaat en mijn man zich prima kan vermaken met het klussen in en rond het huis.
Zo is er steeds wel iets, dat je aandacht vraagt, zoals onze dochter en haar partner die voor het eerst aan een deeltriatlon gaan meedoen. " Paps en Mams, jullie komen ons toch wel aanmoedigen," vraagt ze en natuurlijk doen we dat.


Daar sta je dan een half uur te wachten langs de weg om ze aan te moedigen en in een flits zijn ze voorbij. Nu vlug in de auto naar het volgende punt, als ze daar voor de laatste keer langs komen op de fiets en dan weer snel naar het punt waar gelopen moet worden.
En je blijft ze aanmoedigen, want knap vind ik het wel zo’n prestatie van eerst 1 kilometer zwemmen en dan 40 kilometer fietsen en dan nog de nodige kilometers hardlopen.
En tot overmaat van ramp begint het ook nog eens te regenen, je moet er maar zin in hebben. Maar ze hebben het allebei gehaald en dan ben je toch beretrots op ze.
Als je dan bedenkt dat de eerste fietsvakantie die we maakten we onze Linda steeds moesten duwen omdat ze hyperventileerde door het fietsen en dan 30 jaar later zet ze zo’n prestatie neer, knap hoor!
De vakantieweek van het Rode Kruis is ook al weer achter de rug, het is een super week geweest. Mooie locatie en mooi weer, we konden het niet beter treffen. Allemaal tevreden vakantiegasten bij thuiskomst. Ook het team van 6 vrijwilligers kan terug kijken op een gezellige week maar wel een van hard werken. Dat hebben ze er graag voor over gehad want zo’n week maken we waarschijnlijk nooit meer mee.
De dagtocht van het Rode Kruis is begin september, nog even bij het touringcarbedrijf navragen voor alle zekerheid of ze wel goed gecontroleerd hebben of degenen die in een elektrische rolstoel zitten ook werkelijk bij het toilet kunnen komen waar we onze stops hebben.


Wat schetst onze verbazing, krijg je “nee” te horen; bij twee stops kunnen de deelnemers in de rolstoel niet bij het toilet komen en dit terwijl je een bus aanvraagt met lift en 3 rolstoelplaatsen. Dan denk je toch bij je zelf ' kunnen ze daar niet nadenken' , als ik het dus niet nog even had na laten vragen, hadden we een groot probleem gehad. Nu moest op het laatste moment de stops nog veranderd worden. Gelukkig is het toch nog een mooie dagtocht geweest en hebben de deelnemers er niet veel van gemerkt alleen dat het lunchadres veranderd was. En zo zitten we alweer eind september en wordt het bijna tijd om de column in te leveren. En dat is maar goed ook want nu staat de organisatie van de herhalingslessen van de hartreanimatie weer voor de deur. Dus veel tijd om weer een paar regels voor de column te schrijven blijft er niet over, bovendien wil ik geen ruzie met Astrid als ik te laat de kopij inlever.

Chris Way.

Lees meer
  876 Hits
  0 reacties

Column Wiet van Meel

Column Wiet van Meel

Esbeek en WE.

Ik ben in 1954 geboren in Hilvarenbeek. Zat daar bij veel wat met sport te maken had, zeeverkenners en de club rond Lieve Hemel en Bikse Fiste. Na de middelbare school (Odulphus) zou ik naar Nijmegen gaan maar omdat mijn moeder stierf ben ik rechten gaan doen in Tilburg (1974). Daar belandde ik al snel bij de Juridische EHBO waar studenten, vooral afkomstig van het Brabantse platteland, de kleine man van “recht” voorzagen. Toen sloeg de textielcrisis toe en gingen we met economische en fiscale studenten werklozen die een eigen bedrijf wilden beginnen ondersteunen. Dit sloeg aan en heeft mijn verdere arbeidsleven beïnvloed. Zo was ik op enig moment betrokken bij ontwikkelingen rondom “ondernemerschap” en “regionale economische ontwikkeling” in een tiental Europese landen. Toen DAF failliet ging (1993) werd ik gevraagd in Zuidoost-Brabant mee te denken en te werken aan de “revitalisering van de industrie in de regio”.

Ondertussen was ik getrouwd en onze eerste dochter geboren (Hannah) die we niet in de stad op wilden laten groeien. Mijn toenmalige vrouw wilde niet naar Hilvarenbeek en we zijn naar Sint-Michielsgestel getogen (1991). Daar werd Sarah geboren. In 2000 brak ons huwelijk.

Eind negentiger jaren kregen we de dierenziekten (varkens, koeien, kippen) en werd ik gevraagd mee te denken aan de (her)ontwikkeling van het platteland. Via dit werk kwam ik ook terecht in Hilvarenbeek waar ik de Pilot van de Reconstructie mee heb vormgegeven, het Streekhuis Kempenland mee heb opgezet en met allerlei groepen ondernemers ben gaan samenwerken (bv. Land van de Hilver, Kempenpaard, KempenGoed e.d.)

Vroeger kende ik Esbeek van Tuldania (bij Houthandel van Dal), de Flaes (schaatsen en stiekem vlotten bouwen) en enkele Esbekenaren via studie, werk, café en sport. Sinds 1980 bestaat mijn zondagse “kerkgang” veelal uit een wandeling in de Utrecht, afgerond met een kouwe thee en een geuze bij de Bockenreijder :
“Als je een ijsbeer tegenkomt in mei weet je een ding zeker, april is voorbij..”.
Altijd met mijn ouwe textielmaat Leo. Mijn dochters hebben de Bockenreijder vanaf hun geboorte meegemaakt.

Via het werk in de Kempen kwam ik een boel Esbekenaren tegen. Mensen uit politiek, bedrijfsleven, zorgsector, openbare ruimte, onderwijs e.d. Vaak stront-eigenwijs en dwars, hoop gesteggel en veel glazen met inhoud. De houding van “aanpakken” gaf me echter een goed gevoel ; zelf huizen bouwen, de koevoirtse brug, coöperatie, clean minerals, huiskamer, dorpskern, de utrecht, lampjestocht, esbeek.eu, schotel, jantje smit, carnaval, punt uit, kinderen in orgelmuseum, en het hield maar niet op. En…, ik leerde een aantal fijne mensen kennen, waarvan sommigen nog van vroeger.

In 2005 besloot ik in Esbeek te gaan wonen. Niet in het dorp, maar buiten, in de Utrecht. Sindsdien weet ik soms niet meer wat me overkomt. Er gebeurt van alles maar altijd vanuit een positieve grondhouding. WE doen het gewoon. Ik vind het fijn daar soms aan mee te kunnen doen.
Ik kom niet uit “Duitsland” maar uit “Beek” en heb niet de illusie “Duitser” te kunnen worden. Ik zal Esbeek nooit kunnen doorgronden. Het “Jantje van pietje van klaasje”-spel kan ik niet spelen. Maar,…
toen WE Schuttershof openden met drie feesten, toen WE in Wouw en later ’s-avonds terugkwamen onderging ik een geweldig gevoel; vergelijkbaar met toen we in 1977 de eerste Bikse Fiste organiseerden. WE kunnen het…..

Wiet van Meel.

Lees meer
  1172 Hits
  0 reacties

Column Egbert Stellinga Sr

Column Egbert Stellinga Sr

De zin van het leven.

Via mijn werk als psychotherapeut kom ik vaak in aanraking met mensen die zich afvragen welke zin hun leven nog voor hen heeft. Dit heeft me er toe gebracht te beschrijven wat ik zie als de zin van het, of liever gezegd, mijn leven.

Opmaat; ‘de wereld bestaat bij de gratie van tegenstellingen’. Hoe je tegen ‘het leven’ aankijkt, ervaart is sterk afhankelijk van het perspectief dat je daarbij gebruikt. Even zo vele mensen er bestaan even zovele meningen, opvattingen, belevingen, gevoelens bestaan er over de wijze waarop mensen het leven zien, beleven. Ik nodig u uit om ook eens door mijn bril te kijken, mijn perspectief te gebruiken bij de beantwoording van de vraag; Wat is de zin van het leven?

Ik neem de vrijheid de vraagstelling te veranderen in; Wat is de zin van mijn leven? . De zin van mijn leven komt voort uit mijn bestaan zelf. Ik besta, ik leef, dat is mijn realiteit. De vraag dient, naar mijn mening, veeleer te zijn of het leven wat ik leid voor mij voldoende bevredigend is; gerealiseerd wordt volgen de normen en waarden, verwachtingen en behoeften die ik er op na houd. Ja natuurlijk, ook ik ben deel van een groter geheel en dien me te conformeren aan verwachtingen en behoeften van dat grotere geheel. Van belang daarbij voor mij is de beantwoording van de vraag in hoeverre ik het voor elkaar krijg binnen de maatschappelijke context waarin ik verblijf keuzes te maken. Ik heb het hier over vrijheid in gebondenheid, de vrijheid om in de gebondenheid van het leven in een sociale gemeenschap te kunnen kiezen, iedere seconde, ieder uur en elk moment dat dat nodig is. De filosoof Hobbes heeft eens gezegd: ‘de mens is een wanting animal’, steeds op zoek naar meer en beter. Als de één ziet dat de ander iets meer heeft, wil de één dat ook. Als we met elkaar geen afspraken maken over hoe we met elkaar willen samenleven zijn we geneigd om elkaar naar het leven te staan. We hebben met elkaar een maatschappelijke structuur nodig, afspraken over hoe we het leven met elkaar zullen gaan inrichten, om het leven leefbaar te houden.

Terug naar de vraagstelling; wat is de zin van mijn leven? Ik leef, ik besta, het leven manifesteert zich in mij en openbaart zich om mij heen. Als ik om me heen kijk en bijvoorbeeld zie hoe een van mijn kleinkinderen bezig is om een tekening voor mij te maken dan voel ik me gelukkig. Als ik bezig ben met mijn werk en een van mijn cliënten kan laten zien hoe hij zijn leven aan het verzieken is en voel en ervaar dat datgene wat ik zeg of doe er werkelijk toe doet, dan voel ik mijn leven in me stromen, dan voel ik dat ook ik besta. De dichter filosoof Kloos schreef eens ‘in het diepst van mijn binnenste voel ik me een god gelijk’. Is dat niet waar het om gaat? Onze Christelijke leer zegt dat we zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, is het dan niet onze opdracht om dat goddelijke, waarvan ik denk dat dat in ieder van ons aanwezig is, tot uitdrukking te laten komen? Dat brengt me bij Maslow. Zijn theorieën zijn beschreven vanuit de Humanistische mensvisie, ook Maslow geeft, in de wijze waarop hij behoeften van mensen structureert, aan dat, wanneer er eenmaal brood op de plank is en een dak boven het hoofd gerealiseerd is, de mens evolueert naar hogere betere behoeftepatronen. Steeds op zoek naar meer en beter. Maslow beschrijft de mens als een zichzelf realiserende persoonlijkheid, vanuit de behoefte datgene van zichzelf te maken wat hij of zij als behorende tot zichzelf ervaart. Hij spreekt in dit verband over topervaringen, de ervaring die je hebt wanneer je voelt dat de energie door je lijf stroomt, wanneer je de ervaring hebt dat je optimaal uitgedaagd wordt en optimaal van je talenten gebruik maakt. Wie vraagt zich op zo’n moment af ‘wat is de zin van mijn leven’? Voor mij is het sleutelwoord ‘verwondering’.

Verwondering die je voelt wanneer je mag ervaren dat een kind voor jou een tekening maakt. Verwondering over de natuur die zich in al zijn pracht aan mij openbaart. Verwondering wanneer ik luister naar muziek van Haydn, die Schöpfung, een muziekstuk wat mij van het begin tot het einde ontroert. Ik voel dat ik besta, dat ik leef. Ik voel en ik ervaar in het hier en nu. Gisteren is al lang voorbij, morgen bestaat nog lang niet, het enige wat telt is het hier en nu en daarbinnen leef ik mijn leven, maak ik mijn keuzes, soms goede en soms slechte, maar ik leef in verwondering, steeds op zoek naar het Goddelijke in mezelf. Soms ligt dat gevoel voorhanden, soms zoek ik eindeloos en kan ik het niet vinden. Soms voel ik me goed en soms voel ik me slecht, met alle gradaties daar tussenin. De zin van mijn leven bestaat niet, de zin van mijn leven is het leven zelf, het leven zoals zich dat iedere dag aan mij openbaart. Ik leef dat leven en maak daarbinnen keuzes, soms voor mezelf, soms voor de ander, maar wat voor mij het belangrijkste is, is dat ik kies. Maslow spreekt van de zichzelf realiserende persoonlijkheid. Dat is wat ik als opdracht in mijn leven ervaar, te worden, te zijn die ik ben en wat ik ben. Ik zou willen zeggen; ‘leef je leven, ervaar je leven, soms met vreugde, maar soms ook met pijn. Beleef er van zo veel als je kunt, doe je best iemand te zijn die je graag wilt zijn en maak keuzes. Kiezen is winnen en verliezen, geven en nemen, ben je daarvan bewust, maar kies, laat het leven niet aan je voorbij gaan maar ben je ervan bewust, iedere dag opnieuw in het hier en nu! Dat geeft ook jouw leven zin!

Egbert Stellinga sr.

Lees meer
  926 Hits
  0 reacties

Column Wiesje Pulles

Column Wiesje Pulles

Hoezo slordig…??


Over het algemeen ben ik vrij tevreden met mezelf, maar soms…. Soms baal ik echt enorm van mezelf, hekel ik echt bepaalde acties of trekken van mezelf, misschien is er een luttele seconde plaats voor een klein haat-gevoeltje (is dit een goede manier om gevoel te verkleinen? Mijn spellingscontrole zegt van niet, maar ik laat ‘t lekker staan).
Zoals nu, ja nu op dit moment dat ik deze column aan het schrijven ben. Op een of andere manier heb ik het weer voor elkaar zien te krijgen om iets kwijt te raken. En niet zomaar iets, nee: ik ben mijn column kwijt! G#dverd&*$@$mm$@!


Je kunt gerust zeggen dat de aanloop naar dit schrijven op zijn zachtst gezegd niet zonder hobbels was. Al maanden geleden kreeg ik te horen: 20 september mag jij je columnpie (verkleinwoorden zijn écht best lastig) inleveren. Natúúrlijk had ik die datum niet meteen in mijn agenda geschreven, want tsja waarom heb ik dat ding eigenlijk… die datum is nog zo ver weg, in ieder geval nog tijd genoeg om het ooit in mijn agenda te zetten. Het begon dus al dat ik Astrid eind augustus toch wat zenuwachtig benaderde met de vraag of ik ‘m toevallig niet al lang had in moeten leveren: ik was de datum kwijt. Gelukkig was dat niet het geval, verzekerde ze me en ze vertelde me de uiterlijke inleverdag (ja eerder inleveren mocht ook, maar ja, ik presteer beter onder enige druk, dus eerder inleveren is dan geen optie hè). Ik mag blij zijn met het feit dat ik ook die bewuste avond wat zelfkennis had meegenomen en vroeg of ze het nog even kon mailen, gewoon voor de zekerheid, niet dat ik het nog zou vergeten, maar toch… Mail ontvangen en ja, chapeau, in één (?) keer in mijn mooie zwarte degelijke agenda de date omcirkeld. Einde verhaal datum, wat kan er nog mis gaan zou je denken…


Dan nu: verhaal ‘in je agenda kijken’. Nu wil het zo zijn dat ik voor mijn werk, studie en vele andere afspraakjes mijn agenda toch echt wel gebruik, maar ik heb al jaren de gave om over dingen heen te lezen of kijken. Het staat er wel, maar ’t komt niet in mijn bewustzijn. Mijn vriendje zegt dat dit ook zo is met de theezakjes (waarvan sommigen al zelf hun weg naar de kliko proberen te vinden), mijn schoenen (zes paar tegelijk in gebruik), mijn gebruikte ontbijtbordje (die ik ‘express’ niet opruim, om er de volgende dag weer van te eten. Stel je voor dat ik de vaatwasser een keer extra open en dicht moet doen), mijn voetbaltas (het liefst vol met natte, stinkende, stikkende inhoud) en dergelijke die zich ergens (lees: niet op de goede plek volgens Maarten) in ons huis bevinden. Er is niets mis met mijn ogen, ik zie het wel, maar de gedachte dat ik iets zou moeten met een van deze dingen komt niet echt bij me op. Ook wel fijn soms, ik heb geen last van rommel, geen last van opruimwoede, en heb vaak het idee dat ik eigenlijk niet zoveel te doen heb. Zo ook de afgelopen twee weken, daarin bevonden zich echt wel uurtjes ruimte en tijd om eens een poging te gaan doen om mijn allereerste column te gaan schrijven. Heb het ook in mijn agenda zien staan, maar nooit de gedachte gehad om in die vrije uurtjes ook daadwerkelijk de pen te pakken. Vergeten…


Behalve die ene dag zo’n anderhalve week geleden (is al behoorlijk vroeg voor de deadline voor mijn doen), toen zat ik ergens alleen en ik moest wachten, niet mijn sterkste punt. In ene was die gedachte daar, vond een verfrommeld blaadje ergens onder in mijn tas, schudde er de broodkruimels uit en ik greep naar de pen. Ik overdonderde mezelf, wat een inspiratie voelde ik, wat een schrijfenthousiasme! Binnen een half uurtje de voor- én achterkant van dat velletje helemaal vol. Een gewéldige column! Over mijn hobby voetbal en dan specifiek over het veelbesproken vrouwenvoetbal. Dit alles naar aanleiding van ónze dames en hun prestatie op het EK in Finland. Vlot schreef ik leuke passages over mijn eigen carrière en dromen die ik daar vroeger over had. Natuurlijk kwam ik ook met scherpe stukken over (het ontbreken van) meisjes/vrouwenvoetbal en voetballende meisjes in ons dorpje… Heerlijk, dit werd echt een mooie column, met humor, emotie en passie geschreven!


Helaas… tot mijn spijt moet ik mededelen: jullie zullen het misschien wel nooit lezen. Nu zo ongeveer een 20 minuten geleden, net voor het begin van déze column kwam ik tot een vreselijke ontdekking. Ik had de computer al aangezet, hoefde immers alleen nog maar even mijn supercolumn uit te typen en te versturen. Nog even dat blaadje zoeken… dat zit in mijn tas, die blauwe dacht ik… mmm nee toch niet… die bruine tas dan… mmm alleen maar boeken… dan zit ie echt in die map die ik van mijn werk mee naar huis had genomen. Toen bekroop me al een akelig gevoel… het zal toch niet hè… nog even snel dan maar het laatste redmiddel: het hele huis op z’n kop… Conclusie: KWIJT, ik ben mijn column kwijt!!!! Op zo’n moment baal ik dus echt van mezelf!! Natuurlijk (dat dan weer wel) weet ik ineens precies waar ik hem gelaten heb: op mijn werk.. en ja ja hoe ironisch: op mijn werk, in mijn agenda! Hilarisch!


Echte paniek ontwikkelt zich echter niet, al snel lig ik helemaal dubbel om mezelf, ik zie mezelf scheldend, vloekend en nee schuddend door het huis rennen en ik weet: tevergeefs… Meteen denk ik ‘daar zou ik eens een column over moeten schrijven’, over die vervelende slechte eigenschap van mij (ja mam, ik zal ’t nu toch maar toegeven): ik ben slordig!
Gelukkig maar dat ik zo goed ben in het uitbuiten van ‘foutjes’, in een leuke draai geven aan dingen die even lijken tegen te zitten, in het zien van uitdagingen i.p.v. problemen, in het lachen om mijn eigen minpuntjes, waar uiteindelijk vaak toch nog iets moois uit voortkomt! Nu ik dit zo schrijf, merk ik ineens dat ik deze column nog afsluit met een moraal ook, haha topper dit, niets meer aan doen, versturen!!

Sjit, waar heb ik ‘t emailadres van Astrid ook alweer gelaten??

Wiesje Pulles

Lees meer
  942 Hits
  0 reacties

Coöperatie Esbeek wordt gesteund door:

Redactie & Fotografie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voor vragen over de Coöperatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Webdevelopment: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.