Column Marga Hesselmans

Column Marga Hesselmans

Van je familie moet je het hebben……….


Klinkt het uit de hoogte als ik zeg, dat ik ben vergeten hoe vaak ik kampioen geworden ben tijdens mijn lange korfbal carrière? Ik ben werkelijk de tel kwijt. Net zoals ik vergeten ben hoelang ik al in het eerste van DKV Tuldania speel. Wat ik wél zeker weet, is dat we in de 1e klasse veldcompetitie de titel gepakt hebben en daardoor zijn opgeklommen naar de promotieklasse van de KNKV. We zijn er trots op.
Toen we een aantal weken geleden thuis de wedstrijd wonnen tegen het lastige Vonckel Girls, durfden we heel voorzichtig te dromen van een feestje. Maarrrrrr Tuldania zou Tuldania niet zijn als we het ons zelf niet onnodig moeilijk zouden maken door te verliezen van een team wat van tevoren eigenlijk niet ingecalculeerd was! Nu moesten we dus echt alle wedstrijden persé winnen en geen enkel punt meer laten liggen. Zo gezegd zo gedaan! Susan coachte ons op zondag 10 mei in Milheeze naar een mooie overwinning. Nu durfden we met wat meer zekerheid voorbereidingen te gaan treffen voor een kampioensfeestje…..
Bij de Schut op het terras hadden we hier overleg over. Harm trakteerde ons die dag op bitterballen dus de stemming zat er goed in tijdens de vergadering. De hoofdvraag was: Wat moet er voor volgende week allemaal georganiseerd worden? Er moeten flyers komen voor alle inwoners van Esbeek! En wie brengt die flyers rond? Ohh, dat doet ons moeder wel zegt Lon. Oké dat is dan rond. De kantine regelen, wie belt Geertje? En wie mailt Astrid voor een stukje op de EU-site, vraag dan ook meteen of Astrid foto’s wil maken van de wedstrijd. En dan ons kampioenshirt “heeft iedereen dit shirt eigenlijk nog wel”? Nee zegt Mijke, maar Rein maakt nog wel effe zo’n shirt voor mij bij. Het is een gezellige boel met de korfbal dames die allemaal door elkaar heen praten. Ik kan er maar niet tussen komen met wat ik wil zeggen, want iemand roept alweer: een aankondiging van onze kampioenswedstrijd in de Klep moet ook nog gebeuren. En dat stukje moeten we nu acuut schrijven want dat moet vanavond al ingeleverd worden. Een ander zegt: ik haal wel een bedankje voor Rene onze trainer. Dan doe er ook maar een bloemetje voor Rene zijn vrouw bij en iets lekkers voor zijn zoontje. De sponsors uitnodigen moet zeker gebeuren, wie doet dat en wie regelt Zuutjes Aon? Iemand roept er ineens doorheen: “dragen we onze groene boa’s ook weer als we kampioen worden”? Ja natuurlijk, wat een stomme vraag zegt de ander! Ennu wat doen we voor onze Pezerik Nicolle, ze gaat ons team verlaten na dit seizoen. Elly biedt aan iets creatiefs voor haar te maken. Eindelijk ben ik aan het woord en zeg: we moeten vooral niet vergeten onze assistent coach Susan Hesselmans te bedanken, voor haar moet op z’n minst een mènnus grote bos bloemen worden gehaald. Want vergeet niet, ze is volgend jaar onze hoofdtrainer/coach, we moeten ze in ere houden. Ik beslis meteen voor de hele groep, dat ik die bloemen wel koop! In gedachten denk ik: volgend seizoen zullen er cruciale momenten komen waarbij het voor mij gunstig zal uitpakken dat ik deze taak nu op me neem!
Nou, zo ongeveer alles is wel geregeld en verdeeld. Het enige wat we nu nog moeten doen is WINNEN, ook niet onbelangrijk. Het is inmiddels zondag 17 mei geworden: de grote dag. We speelden op eigen veld tegen Wintelre. Er was veel belangstelling van supporters, familie en vrienden. In de eerste helft ging het spel goed, we maakten onze kansen af waardoor we in de rust met 8-2 voor stonden. Rene sprak ons tevreden toe. Maar benadrukte dat de wedstrijd nog niet gespeeld was. De tweede helft creëerden we de kansen wel maar we maakten ze niet altijd af. Winty scoorde daarentegen wel een aantal keer. Gelukkig kwam ons einddoel niet in gevaar. De eindstand was 10-5. Met dubbele cijfers hadden we de kampioenswedstrijd naar ons toe getrokken. Zuutjes Aon zette de feestmuziek al in!
Een heerlijk gevoel is het om met je team kampioen te worden. Samen met onze 2 coaches is het een mooie overwinning. Na de wedstrijd waren er bloemen, felicitaties, champagne, “we are the champignons” uit de boxen en bier veel bier om te proosten en te drinken, lovende speeches. Kei leuk dat zoveel mensen ons kwamen aanmoedigen en wat hebben we geweldig gelachen om de pikante attentie met pakkende tekst van onze voetbal-collega’s. En niet te vergeten de toepasselijke en persoonlijke muziek CD die we kregen van onze junioren, op die muziek hebben we die hele zondag nog gedanst en veel plezier gehad.
Wat is het toch geweldig om te sporten met een gedreven team en dan nog eens kampioen te worden ook! Het smaakt naar meer, kampioen worden verveelt nooit! Dus ik heb besloten dat ik toch nog maar een jaartje door ga met korfballen. En het liefste speel ik nog een heel seizoen in het eerste team! Maar aangezien er een vernieuwde brede selectie staat te trappelen met veel aanstormend jongtalent……. Kan ik in deze column niet anders dan van de gelegenheid gebruik maken en vermelden dat je het van je familie moet hebben, zelfs in de sport-wereld!
Dus Suus oftewel Beste trainer….. Ik zou zeggen een basisplaats voor nummer negen !!!

Marga Hesselmans (Nummer 9!)

28 januari 2010

Lees meer
  509 Hits
  0 reacties

Column Karin van Bokhoven

Column Karin van Bokhoven

Hoezo, vervelen?

Bijna zeven jaar geleden nam ik een besluit waarover door collega’s nogal verschillend werd gedacht. ’t Was ook niet niks: op de dag dat ik 29 jaar in dienst was, nam ik, na vele jaren heel fijn en met zin gewerkt te hebben, afscheid als receptioniste/telefoniste van het woonzorgcentrum “Joannes Zwijsen”.
Op de dag van vandaag zouden ze je voor gek verklaren, want zelf zomaar ontslag nemen, wie doet dat nu?
En ook toen werd er zo al over gedacht, hoewel anderen het ook dapper vonden om tot zo’n beslissing te komen om een andere invulling aan je leven te gaan geven.
“Zul je je niet gaan vervelen?” werd mij in de weken voor vertrek herhaaldelijk gevraagd.


“Nou, ik kom in ieder geval hier één dag in de week als vrijwilligster terug, want om echt definitief afscheid te nemen van iedereen, dat kan ik nu ook weer niet”. Zo gezegd, zo gedaan. Elke woensdag is voor mij voortaan “Zwijsendag”. Manlief brengt me naar Tilburg ( heeft hij ook ’n dag rust) en ik ben dan gastvrouw in de huiskamer van de fraters.
Bij die fraters is het in 1974 allemaal begonnen. Als 17-jarige, met m’n Havo-diploma net op zak, kwam ik via het arbeidsbureau terecht achter de balie van het spiksplinternieuwe kloosterverzorgingshuis van de fraters van Tilburg. Totaal geen ervaring met werken, dus ’t was super spannend, die eerste werkdag. Maar al heel gauw voelde ik me daar thuis. Er hing een gemoedelijke sfeer, de mensen waardeerden wat je voor hen deed, ook al was het nog maar zo’n kleinigheid. Je had voor hen toen nog ècht tijd, tijd voor ’n praatje, tijd om hen wat aandacht te schenken. En dat is iets wat de laatste jaren steeds minder kon.

Het kloosterverzorgingshuis werd een woonzorgcentrum waar ook andere religieuzen en nog wat later, leken werden opgenomen. Het werd steeds zakelijker en dat begon me ’n beetje tegen te staan en na 29 jaar werd ’t onderhand wel tijd voor iets anders.
Aangezien mijn wederhelft toen al van de VUT-regeling profiteerde en ik sindsdien al wat minder uren was gaan werken werd het nemen van m’n besluit wat gemakkelijker. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik er toch wel ’n nachtje van wakker heb gelegen. Niemand had ook maar ’n vermoeden van mijn voornemen. Ik hoorde, zoals ze zeiden, bij het interieur en dat ik dus zomaar eens zou kunnen vertrekken!

Nu ben ik dus al enkele jaren actief als vrijwilligster en dat bevalt me prima. ’s Woensdags kom ik echt met ’n voldaan gevoel thuis. De mensen zijn zo dankbaar, al is het soms maar voor het kopje koffie dat je voor hen inschenkt! En er is toch geen mooiere beloning, dan ’n hartelijk dankjewel of een dankbare glimlach op het gezicht van de oudere medemens.
Ook bij grote activiteiten in het woonzorgcentrum zijn vrijwilligers hard nodig, dus ik ben er nog wel eens vaker te vinden.
Daarnaast hebben ze me in het fraterhuis waar het hoofdbestuur van de congregatie zetelt, weten te strikken als oproepkracht voor de receptie. Ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan… Daar voel je je ook heel welkom. ’t Is net of je thuiskomt bij een grote familie. Je hoort er echt bij! En al hoef ik daar maar af en toe te werken, toch word ik overal bij betrokken, zoals bij jubilea, personeelsuitstapjes, kerstvieringen, bijzondere verjaardagen.

Ik hoop zo nog vele jaren door te kunnen gaan. Het geeft me voldoening en een warm gevoel om de ouderen, die in hun laatste levensjaren toch vaak al zoveel moeten inleveren, een klein beetje aandacht te geven, een klein beetje van mijn tijd.
Dus me vervelen? Echt niet!

Karin van Bokhoven.

Lees meer
  366 Hits
  0 reacties

Column Jan van Helvoirt

Column Jan van Helvoirt

Soms is vollop bakkesen beter!

Onlangs zag ik tijdens het surveilleren op school in de aula een klein opstootje. Het kwam niet echt tot een vechtpartij, want de huidige hangjeugd komt eigenlijk veelal niet verder dan wat gedof. Ik vroeg dan ook aan de bewuste jongen waarom hij plotseling zo dreigde met geweld. Het antwoord was kort en krachtig: “Hij zat hul de tijd tegen mèn te bakkesen”. Aan zijn withete gezicht zag ik dat hij het meende. Hij woonde niet in Beek of Esbeek, want daar is die term al lang niet meer in zwang. De knaap kwam uit Bergeijk of ‘van geen kante’. Ik vroeg hem of hij wist hoe je dat woord moest schrijven. Nog enigszins mokkend zei hij kortaf: “Kan me nie schille, mèr hij moet zun bakkes houwe”. Even dacht ik nog dat hij het ging hebben over problemen bij het ‘chillen’ of ‘chatten’ maar dat rustte louter op een misverstand mijnerzijds. Hij bleek door zijn beugel enigszins te slissen.

Misschien had het slachtoffer ook wel gelijk want zijn belager was eigenlijk van huis uit een echte bullebak. Dat is in feite een lomp en grof manspersoon. Hierin gaat ook het woord ‘bak’ schuil. En dat is gewoon een ouder woord voor gezicht of wang. Ik ga ‘bakkesen’ in de taalles voortaan plaatsen in het illustere groepje: haviken, kieviten, dreumesen en dommeriken! In die woorden valt de klemtoon op de eerste lettergreep en dus blijft verdubbeling van de medeklinker achteraan achterwege.

Toen wij nog op de lagere school zaten, bakkeleien was nog aan de orde van de dag, gingen wij in Diessen met vastenavond langs de deur om zingend wat geld op te halen voor het goede doel. In die periode was dat volgens mij nog de pastoor, want we moesten de opbrengst op de pastorie inleveren. Tegenwoordig worden de kinderen geacht vóór het donker binnen te zijn. Wij moesten in die tijd ná zonsondergang de hort op. Ik herinner me nog goed enkele versregels uit het lied dat we ten gehore brachten. Wáár we gezamenlijk in koor over zongen wist ik toen nog niet, maar dat we het helemaal met elkaar eens waren straalde van onze tronies en bleek uit ons schaamteloos scanderen:

“..mèske hout oewe kinnebak toe, of ik slao er nog ene tussen

tussen oew neus en tussen oew kin, kan nog wel unne pannekoek in…”.

En voor deze tekst moest de vaak struise vrouw, vol ontboezeming wijdbeens wachtend in de deuropening, enkele stuivers in de gleuf van het missiebusje mikken. Achteraf gezien moeten we blij zijn dat ze ons met zo’n boodschap nooit op ons bakkes hebben geslagen! We probeerden dan ook zoveel mogelijk gedurende het optreden ons aangezicht te verbergen. Maar als door het doffe gedreun van de foekepot je ‘mombakkes’ afzakte, sloeg de kramp op je stembanden. Toen dacht ik trouwens nog dat het ‘mondbakkes’ was. De term ‘kinnebak’ heb ik overigens al lang geleden opgenomen in het rijtje rare woorden zonder tussen ‘n’: apekool, klerezooi, bolleboos, bokkepruik, bakkebaard en takkewijf!

De eerste vermelding van ‘bakkes’ las ik in een akte uit het rampjaar 1672. Een inwoonster van onze gemeente wilde een schepen op de toenmalige Vrijthof letterlijk op zijn gezicht slaan, omdat hij niet voldoende opkwam voor de belangen van de arme Beekse burgers. Zij doorzag blijkbaar de achterbakse machtspolitiek tijdens die crisis.

De laatste keer dat ik weer aan dat banale woord dacht was onlangs tijdens een druk bezochte raadsvergadering. Er staat in Beek momenteel veel te gebeuren maar er komt nagenoeg niets moois van de grond: cultureel centrum, winkelcentrum, 4e poot, integratieplan De Utrecht. Moeten we 2008 straks ook als een rampjaar bestempelen? Op de steenoven zijn ze na ruim een eeuw definitief uitgebakken. Maar als ze in Esbeek ten behoeve van de herinrichting van de kern terloops enkele bakstenen vragen dan haalt de Beekse wethouder benepen bakzeil! De vorige had ‘zich nooit van d’n bak mogen laten bijten’. En wanneer we in Esbeek eens een keer écht hoog van de toren willen blazen dan trekken bijna alle politici in Beek ‘meej een schèèf bakkes’. Alles bij elkaar is het eigenlijk op dit moment nog minder dan ‘halven bak’!

Jan van Helvoirt.

januari 2009

Lees meer
  703 Hits
  0 reacties

Column Mariet Pulles

Column Mariet Pulles

Een bijzondere liefde.

Twintig was ze, toen ze in aanraking kwam met een religieuze groep. Een bonte verzameling jongeren over geheel Europa die sterk geïnspireerd waren door de boodschap van Jezus. Thuis vertelde ze een religieus leven te willen leiden. Haar moeder liet van schrik een kopje vallen. Nadat de verwondering in haar familie wat was bijgetrokken, respecteerde haar familie haar keus en bleef achter haar staan, door dik en dun.

Drieëntwintig jaar was ze. En ze vertrok. Naar Afrika. Voorgoed.
Om er als religieuze te gaan leren en werken samen met andere zusters.
Ruim drie jaar lang werkte en leefde ze samen met de straatkinderen en werkte ze aan aidsprojecten.
Toen keek moeder-overste diep in haar ziel en stuurde haar naar huis. Om uit te zoeken of ze haar leven echt aan God en Afrika wilde geven. De deur naar het religieuze leven in Afrika, te samen met de Witte Zusters bleef op een kier staan.


Ze behoorde nog steeds bij die groep van jongeren, de missionaire beweging genaamd. Deze internationale groep had hun thuishaven in een studentenhuis , wat gerund werd door de orde van de Witte Paters. Het was een huis waar alleen studenten woonden die op een of andere manier een binding met het geloof hadden. Haar werd gevraagd om als een soort hospita te fungeren in dit huis. Zij ging er wonen en werkte deels voor het huis en deels in de bejaardenzorg.


Het studentenhuis was een ontmoetingsplaats voor veel mensen, zeker ook voor diegenen die hun plaatsje in deze wereld zochten.
`Karibu’ , stond er bij de voordeur. ‘Wees welkom’ betekent dat in het Swahili, een Afrikaanse taal.
Er werden ook bijeenkomsten gehouden en heilige missen opgedragen.
Zo nu en dan kwam er een pater daar een mis opdragen.


Deze pater ,die bij de orde van de Witte Paters hoorde en veel in Afrika en vele andere landen was geweest, kon het goed met haar vinden. Na enkele jaren kreeg hij de opdracht om pastoor te worden in een dorp. Deze gemeenschap was te ver weg om nog elke keer naar het studentenhuis te komen.
Dat betekende dat ze hem nooit meer zou zien. En dat wilde ze niet. Lange tijd reisde ze zo nu en dan naar hem toe om hem met een bezoekje te vereren. Na enige tijd wist ze zeker dat ze verliefd was. Toen ze het eindelijk durfde te uiten bleek het gelukkig wederzijds.


Ze hebben hun liefde enkele jaren geheim moeten houden. Toen hebben ze definitief voor elkaar gekozen.
Veertig jaar is ze dit jaar geworden en is ze in het huwelijksbootje gestapt.
Haar bruiloft was geweldig: intiem met alleen familie en hun beste vrienden.
Vooral de sfeer die er hing was overweldigend, want iedereen gunde ze deze liefde zo.
En ik, ik vind het zo knap dat ze telkens haar eigen keuzes kon en durfde te maken. Vooral omdat deze niet gewoon was. Het was een zoektocht naar zichzelf en een zoektocht naar hoe ze gelukkig kon zijn.
Ik ben blij haar weer dichter bij me te hebben en dat ze zo gelukkig zijn samen en van elkaar kunnen genieten. Want ik, ik ben haar zus.

Mariet Pulles.

Lees meer
  350 Hits
  0 reacties

Column Jan Colsters

Column Jan Colsters

Sporten en sport.

Het woord sport heeft voor verschillende mensen verschillende betekenissen. Een aantal daarvan vraagt zich meteen al af hoe moe je daar wel niet van wordt; daarbij denken diegenen automatisch aan conditionele arbeid waardoor sporten als schaken en dammen al niet als sport worden gezien.

Ook zijn er mensen die het winnen van de dorpenderby als een sport ervaren hebben. Anderen zien sport als een noodzakelijk kwaad om overgewicht te voorkomen en weer anderen sporten omdat ze dat gewoon graag doen en bovendien vaak spannend vinden. Ikzelf mag graag een partijtje badmintonnen op de zondagmorgen in onze ( te kleine ) gymzaal, gewoon omdat ik dat leuk vind en bovendien dan na de middag vaak in de gelegenheid ben om me met een andere kant van sport bezig te houden: Het kijken ernaar!!! Zelf voetbalde ik ooit bij het frikandellenelftal van Tuldania.

Geen dampende thee tijdens de rust maar gewoon een glaasje bier en een blad frikandellen. De resultaten waren over het algemeen dan ook navenant. Het is dan ook geen geheim dat ik, ondanks mijn bijzondere voetbalkwaliteiten, het niveau van het eerste elftal nimmer zou halen. Nu ik met enige regelmaat langs de kant naar het eerste elftal sta te kijken, en met mij gelukkig vele anderen, moet ik eerlijkheidshalve en bij hoge uitzondering het vorige terugnemen want volgens omstanders haal zelfs Ik bij tijd en wijlen het niveau wat op dat moment ten tonele komt! Gelukkig is dat het afgelopen seizoen niet te vaak gebeurd en zijn onze jongens glansrijk en welverdiend KAMPIOEN geworden. Dit zelfs ondanks het feit dat wij wèl een eerlijke grensrechter hebben! Maar goed; theoretisch staan er langs de lijn natuurlijk vaak (lees: bijna altijd ) mensen die het allemaal veel beter zouden doen maar gelukkig weten de meesten ook dat er nu eenmaal een gigantisch verschil is tussen theorie en praktijk. Bovendien gaat het langs de lijn, net zoals in het veld, niet altijd over voetbal en ook dat onderdeel maakt voor mij de loop naar de velden vaak aantrekkelijk. Trainers en vlaggenisten, vooral van tegenstanders, die hard roepen en tieren en daarbij blijkbaar ook uit zijn op reactie van de kijkers, worden vaak, soms te vaak, op hun wenken bediend. Ook scheidsrechters die naar mening van het legioen niet geconcentreerd zijn op de wedstrijd maar meer reageren op het randgebeuren, zijn gewilde gespreksobjecten.

Één opmerking, meestal van dezelfde B(bezoeker), is vaak al aanleiding om de aandacht van de kijkers in zijn of haar omgeving volledig van het voetballen af te wenden en een orkaan van wetenswaardigheden en droge humor te laten losbarsten, waarbij een goed voorbereide buut bijna in het niet zou vallen. Wanneer je maar de helft van wat je daar “opvangt” op een juiste plek in je verhaal zou verwerken, liggen alle aanwezigen in onze (opnieuw te kleine) gymzaal tijdens de Kletsavond dubbel van het lachen. Natuurlijk kom ik via bovenstaande terecht bij het grootste feest van Esbeek, daar ligt mijn hart nu eenmaal: Carnaval.

Ook Carnaval is namelijk een veelzijdige sport die gelukkig door velen van ons wordt beoefend. Een zware sport waarbij men het niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk erg zwaar kan hebben maar waarbij de onderlinge sportieve strijd ook een grote rol speelt, vooral bij de creatiebouwers voor onze optocht. Ik ben er dan ook trots op dat ik in het Haaikneuterrijk woon dat niet alleen als een Rijk te boek staat, maar in vele opzichten ook daadwerkelijk rijk is door zijn samenwerkende, gemoedelijke gemeenschap. Met z’n allen hebben we al heel wat voor elkaar gekregen en zullen daar ook in de toekomst hard aan blijven werken. En dat is ook SPORT !!!!

Jan Colsters.

Lees meer
  585 Hits
  0 reacties

Coöperatie Esbeek wordt gesteund door:

Redactie & Fotografie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voor vragen over de Coöperatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Webdevelopment: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.