Column Twan de Kort

Column Twan de Kort

Hoe bouw je een Award Winning Carnavalswagen?

Na 6 jaar aan de top van het wagenbouwen, vijf eerste plaatsen en een onterechte derde plaats, is het wellicht tijd om een blik in de keuken van BC de Dûikelèèrs te geven. Kijk, om tot een goede creatie te komen moet het idee goed zijn en moet er straks gesjeed (voor de mensen die niet weten wat dat is: papier-macheën) worden. Dat zijn basis voorwaarden. Maar er komt nog veel meer kijken bij het bouwen van een wagen dan alleen de technische eisen. De zogenaamde secundaire voorwaarden. In de jaren die achter ons lagen waren vele groepen bijzonder succesvol. Zij hadden ook hun secundaire voorwaarden. Zo waren de Dwarszwabbers jaren onverslaanbaar. Zij hadden een professionele bedrijfskeuken ter beschikking. Ook de WWW heeft vele successen geboekt. Fuseren kan ook een secundaire voorwaarde zijn, zo blijkt. De Dûikelèèrs hebben hun geschiedenis goed tot zich genomen.

Veel mensen vragen wel eens: waar bouwen jullie? In welke schuur? Dat is fout nummer 1. Een wagen is een creatie, een kunstwerk. Dûikelèèrs spreken dan ook niet over een schuur. Wij bouwen in een atelier. Of dat nu de oude bedrijfshal van Broekx is of de loods van John v Dommelen of een oude varkensstal van Piet Verhoeven, de weken voor carnaval is dat een atelier. Belangrijk is dat alle leden van de groep goed kunnen functioneren in het atelier. De temperatuur moet een haaglijk zijn. Dit heeft meerdere voordelen. Ten eerste droogt de sjee dan sneller. Waardoor er op één avond meerdere lagen gesjeed kunnen worden. Verder is het ook relaxt om voor de hittebron een goede pint te drinken. Geschikt meubilair is ook noodzakelijk. Een goede hittebron zou kunnen zijn een hetelucht kanon. Dit is vrij functioneel om de sjee droog te krijgen. Echter veel beter is een houtkacheltje. Dit verbroederd elkander. Lekker met elkaar rond de kachel mooie verhalen vertellen of veel belangrijker: de act verzinnen. Nu kun je dus weer een ander belangrijke voorwaarde vervullen. Een vergaderruimte. Je kunt gaan vergaderen bij Harm, maar de kans dat je afgeluisterd wordt is groot. Dit kan daarom een goede afleidingsmanoeuvre zijn. Bij het houtkacheltje is het goedvergaderen.

Om de groepsleden naar het atelier te krijgen is een goede catering onvermijdelijk. Er moet een ruim assortiment aan dranken zijn. Liefst gekoeld. Overdag hete koffie en thee en lekkere dingen die hierbij horen. Verder moet er in de late avonduren een directe verbinding zijn met perse, bij voorkeur Turkse, specialiteiten restaurants in Hilvarenbeek. Zij zijn over het algemeen graag bereid om culinaire verfijndheden te komen bezorgen. Ook Pulko worstenbrood, bij voorkeur eerste bak, werkt zeer goed.

Om dit allemaal in goede banen te leiden is een goede bedrijfsstructuur nodig. Bc de Dûikelèèrs BV. Het idee van een coöperatie is ook ooit door onze gedachte gedaan. Wij hebben onze BV in verschillende afdelingen opgedeeld. Zo is er de creatieve afdeling, de technische afdeling, de financiële afdeling, de uitvoeringsafdeling. Deze vergaderen regelmatig bij de houtkachel. Om deze communicatie vlot te laten verlopen is er nog een tweekoppige stafafdeling communicatie en PR. Daarnaast is er nog een aparte pisie die eigenlijk naast maar tegelijkertijd ook met de BV opereert en dat is de pisie Act en Kledij.

De ontwikkeling van een carnavalswagen staat nooit stil. Vroeger werden de wagens van gips gebouwd. Daarna is de ontwikkeling van het gazen en papiermaché ontwikkeld. Tegenwoordig worden grote stukken niet eens meer gegaasd. Door proefondervindelijk te experimenteren en door veldonderzoek uit te voeren in andere dorpen zijn wij erachter gekomen dat je met schuim veel mooiere vormen in kleding van poppen kunt krijgen. Zo gezegd zo gedaan, dus hebben wij vorig jaar Piet en de non van deze materialen voorzien. Prompt kwam er een Grand Slam uit de bus rollen. Tevens staat onze naam nu vijf keer op de cup met de grote oren. Slechts nog, met nadruk op nog, één groep staat hier zes keer op. De Dûikelèèrs zullen zeker dit record achterhalen. En onder luid boegeroep naar het podium hossen.

Verder wil ik Prins Paul en Adjudant vanuit deze plaats nog van harte feliciteren met hun benoeming!

Alaaf

Twan de Kort.

Bedrijfsstructuur

Proefondervindelijk experimenteren

9 februari 2009

Lees meer
  432 Hits
  0 reacties

Column Rik Pulles

Column Rik Pulles

De Column

Iets waar ik altijd van gedroomt heb. Columnist van Esbeek.eu, wat natuurlijk hoogstaande journalistieke waarden heeft. Dus ik dacht ik meld mezelf bij Astrid van Egmond om een column te schrijven voor op de website. Hoe makkelijk ze communiceerd in real-life is bekend, maar dat ze ook wegwijs weet in de digital-world blijkt als ik een paar dagen later een mailtje ontvang compleet met ‘column_schema.xls’ in de bijlage. Helaas heb ik had ik toendertijd geen excel op mijn pc en kon het bestand niet openen. Maar weer schoot hoofdredacteur Astrid mij te hulp wanneer ze me er afgelopen vrijdag telefonisch op attendeerde dat ik uiterlijk zondag met mijn werk op de proppen moet komen…

Dat was ook maar goed want het was me een beetje ontschoten. Maar ik kan Astrid en de organisatie achter Esbeek.eu natuurlijk niet in de steek laten dus ik begin te verzinnen waar ik over zal schrijven. Hmm… Even kijken wat de vorige hebben geschreven… Tja een column?! Waarom schrijf je dat eigelijk met een n op het einde? Wat is eigelijk het doel van column? Dat zijn voor mij genoeg vragen om even op de digitale-aanmaak-encyclopedie te kijken. Inderdaad, wikipedia:

“Een column is een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert. Vaak wordt een column in een krant of tijdschrift gepubliceerd, maar ook een gesproken column op radio of televisie, of publicatie op internet komen voor.”

Nou, proza moest ik ook weer even opzoeken, dat blijkt dus een stuk tekst te zijn dat is geschreven in de vorm van gewone spraak. Proza kan kunstig in elkaar gezet zijn, zelfs rijm en een metrum (maatsoort) bevatten. Volgens mij is mijn stuk tot nu toe geschreven in vorm van gewone spraak en als het goed is word het ook gepubliceerd op internet. Mijn column heeft de eerste criteria doorstaan.

“Er gelden nauwelijks beperkingen voor wat het onderwerp van een column kan zijn; het gamma reikt van huiselijke voorvallen tot de wereldpolitiek. Dag- en weekbladen hebben vaak een of meer vaste columnisten in huis, die inspelen op de actualiteit.”

Kijk, hier word het voor mij intressant. Nauwelijks beperkingen klinkt in de meeste gevallen als muziek in mijn oren. Zo ook hier, omdat mijn column niet echt ergens over gaat (wat gaat wel ergens over?). About dat stukje met vaste columnisten, Astid en ik zijn bezig met een vast contract met een bijpassend hoog uitgeslagen salaris. Inspelen op de actualiteit zal moeilijk te ontlopen zijn als je bedenkt dat de tijd van schrijven slechts een halve dag met de tijd van publicatie scheelt. Vrij actueel, lijkt me.

“De column is een beschouwelijker variant van het cursiefje, dat het meer van humoristische observatie en vertelling moet hebben. Sinds de jaren '70-'80 heeft de column het cursiefje opgevolgd. Het essay onderscheidt zich van de column door de bredere uitwerking en grotere diepgang.”

Beschouwelijker is mijn column zeker. Of mijn observatie humorisch is laat ik aan de lezer, omdat ik mijn opgebouwde sympatie als jonge schrijver niet wil riskeren door te arrogant te zijn over mijn aanwezige kwaliteiten. Als ik de laatste regel van het laatst geciteerde citaat lees, concludeer ik dat de column een smallere uitwerking heeft en weinig diepgang. Ook aan deze punten voldoet mijn column.

“Aan columnisten wordt door de Nederlandse rechter een grote mate van vrijheid toegekend in hun columns. Deze vrijheid kan zich ook uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt worden.”

Dit is het stuk waar ik iemand verrot kan schelden, maar ik kies voor de vrijheid om dat niet te doen wat natuurlijk ook toegekend is in onze columns.

Much love, Rik Pulles.

27 januari 2009

Lees meer
  598 Hits
  0 reacties

Column Hanneke Verhoeven

Column Hanneke Verhoeven

Scheids, je bent een hondenlul!

13 november was de dag van het respect. Dit, in een tijd waarin duizenden scheidsrechters vergeleken worden met de edele delen van een hond en duizenden mensen elkaar begroeten met de welbekende middelvinger. Wat is dan nog respect?

Het schudden van een hand wordt bij ons gezien als respectvol, door anderen daarentegen als respectloos. In ieder geval is het onhygiënisch. Want, wie wast er tegenwoordig nog zijn handen? Daarbij komt dat de betekenis van het schudden van een hand, net als bij de middelvinger slechts een interpretatie is. De betekenis die wij ontlenen aan zo’n gebaar, kan dan ook veranderd worden. Net als de betekenis die wordt ontleend aan de vergelijking met de edele delen van de hond. In anderen landen wordt de hondenlul juist gezien als delicatesse. Stel je voor dat je daar iemand voor hondenlul uitmaakt, dan wordt je juist bedankt!

De agressie van het gebaar hangt dus af van de interpretatie van de ontvanger. Ik zeg: we vervangen voortaan de onhygiënische hand door de middelvinger en eten vanaf nu hondenlul. Als dan de scheids nog eens wordt benaderd met een opgestoken middelvinger en ‘hondenlul’, dan zal dat beantwoord worden met: ‘dank je, jij ook een fijne wedstrijd!’.

27 januari 2009

Lees meer
  618 Hits
  0 reacties

Column Han Bolijn

Column Han Bolijn

De haai, zo gek nog niet

Het mooie, bosrijke gebied ten zuiden van Esbeek dorp wordt ook wel ‘de haai’ genoemd. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar ruim 100 jaar geleden was er op Landgoed De Utrecht geen boom te bekennen. Het gehele gebied bestond uit heidegrond, zoals je dat nu nog op de Veluwe tegenkomt. Pas na de ontginning, die rond 1900 begon, werd het grootste gedeelte van het landgoed opgeplant met bos. De rest werd landbouwgrond. Vandaar dat het gebied door vele nog steeds ‘de haai’ wordt genoemd.

Al enkele jaren leeft bij mij het besef dat de dorpelingen in Esbeek een verkeerd beeld hebben van de haai en de bewoners van de haai. Daarom wil ik in deze column de kennelijk bij de inwoners van het dorp levende misverstanden rechtzetten.

Zo hebben wij in de haai wel degelijk stromend water en hoeven wij dit niet uit een put te halen. Ook hoeven wij niet eerst te trappen om elektriciteit op te wekken. En hoewel veel mensen in de haai een houtkachel hebben, is er ook een cv aanwezig. Verder kunnen we in de haai via de satellietschotel meer zenders aan dan op de centrale antenne in het dorp en heb ik deze column via een adsl-verbinding naar de redactie van esbeek.eu gemaild.

In de haai hebben we ook allerlei zaken die ze in het dorp niet hebben. In het dorp liggen drempeltjes, maar de echte drempels liggen toch echt in de haai. In het dorp hebben ze een sportparkje met 3 veldjes, maar dit is toch niet te vergelijken met de 18 holes grote golfbaan die wij in de haai hebben. Verder hebben ze in het dorp enkele speelveldjes, terwijl we in de haai een compleet park hebben. Ook hebben we in de haai het op 35 na beste café van Nederland.

De bewoners van de haai zijn van oorsprong de land- en bosarbeiders van het landgoed. Dit wil zeggen hardwerkende krachtige en sportieve lieden. Ook nu nog is dit te merken, want als na een feestje of cafébezoek alle dorpelingen al lang in hun bedje liggen, zitten de mannen en vrouwen uit de haai nog sportief op hun fiets op weg naar huis.

Ook carnaval in Esbeek kan niet zonder de haai. Zo kwam de grondlegger van carnaval in Esbeek, Nico Elfrink, uit de haai. Ook vele prinsen, met name in de afgelopen jaren, zijn afkomstig uit de haai. En ook nu nog zijn de carnavalsgroepen uit de haai jaarlijks zeer actief in de optocht. Het is daarom ook niet voor niets dat we in Esbeek de HAAIkneuters heten.

Ik hoop dat ik de bewoners van het dorp door het schrijven van deze column een beter beeld heb kunnen geven van de haai. En als jullie de komende week het ijsbaantje in het dorp laten voor wat het is en kiezen voor de toch net iets mooiere en grotere ijsbaan in de haai, dat jullie dan denken: “De haai is zo gek nog niet”

Han Bolijn.

27 januari 2009

Lees meer
  580 Hits
  0 reacties

Column Nelly Wouters

Column Nelly Wouters

De tweede column, geschreven op maandag 6 oktober is van Nelly Wouters-Hamers:

Rookvrij Nederland

Op 1 juli ging bij mij de vlag uit omdat er vanaf die tijd binnen nergens meer gerookt mocht worden. Héérlijk om na een avondje stappen geen last meer te hebben van stinkende kleding. Héérlijk om na een avondjestappen geen last meer te hebben van keelpijn en een hese stem als gevolg van meeroken. Als ik voorheen geïrriteerd raakte van al die smerige vieze walmen en dampen onder mijn neus kreeg ik vaak te horen, “och, ge het zelf ok gerokt.” Dat klopt, precies 25 jaar geleden ben ik gestopt, omdat ik zwanger was van ons Bo. Ik was veertien jaar toen ik begon te roken. Dat werd ook min of meer van je verwacht. Het hoorde er gewoon bij. Iedereen rookte en we wisten niet beter dan dat tabak alleen maar een genotsmiddel was. Ik weet nog dat ik trots ons moeder liet zien hoe ik voor het eerst over mijn longen kon roken. En zij klapte enthousiast in de handen, ook niet wetend hoe schadelijk sigarettenrook was. Ons moeder rookte Cabalero sigaretten en onze pa chief Whip, en later Ibis met Rizla 'rooie vloeikes'. Ik rookte Peter Struyvesant, Gladstone en Belinda menthol. Het eerste pakje kocht ik voor F. 1,75. We rookten alsof ons leven ervan af hing, wat achteraf ook waar bleek te zijn. Zo kreeg Peter met zijn plechtige communie een pakje shag van zijn ouders. Verder rolde hij sigaretten van de peuken die voor de kerk lagen, en van het laatste gruis uit de shagbuil van hun pa. Hij vond eens een sigarettenstompje op straat, stak het aan en het petje op zijn hoofd vloog in de fik! In die tijd stonden er met verjaardagen, recepties en trouwerijen tussen de pinda's, kaasblokjes en flessen Exota limonade, sigaretten en sigaren op de tafel. En hoe vaak kreeg je niet een pakje sigaretten cadeau met een knaak onder het plastic geduwd. In de jaren 70/80 werkte ik bij de Amro bank en de afdelingen zagen blauw van de rook. Ik werkte aan de balie en met een asbak naast me hielp ik al rokend de klanten. Sporten en roken ging ook heel goed samen. Bij de rust in een korfbalwedstrijd konden we nét twee sigaretten roken. Het genotsmiddel namen we nog mee naar het veld om zolang mogelijk van de peuk te genieten. De speelsters die al in het veld stonden riepen dan lichtelijk in paniek wacht even, niet uitmaken, ik wil nog een hijsje”. Onze Ad vertelde dat de voetbalscheidsrechter met een sigaret het veld opliep en de sigaret op de middenstip uittrapte.

Daar kunnen we ons nu toch niks meer bij voorstellen. Door de tijd heen zijn de antirook regels steeds meer aangescherpt. De rokers zijn steeds meer verbannen naar aparte rookruimtes. En nu is het dan zover gekomen dat er ook in cafés niet meer gerookt mag worden. Het is daar dan ook veel minder druk geworden, want rokend Nederland staat buiten. In principe sta ik nog steeds achter het antirookverbod, maar dat het er nou gezelliger op geworden is kan ik niet zeggen . . . . . .

Nelly Wouters-Hamers.

Lees meer
  599 Hits
  0 reacties

Coöperatie Esbeek wordt gesteund door:

Redactie & Fotografie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Voor vragen over de Coöperatie: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Webdevelopment: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.